|
Een
meneertje in een prachtig decor NRC
Handelsblad
Wilfred
Takken
Meneer Tingeling heeft een rijk gedachtenleven. "Mijn hoofd is net als
een luidruchtige boomkruin", zegt hij zelf. De gedachtes kwinkeleren
als een zwerm vogels. "Waarom groeit het stof?" vraagt hij zich af. Dat
komt volgens hem doordat de hemel over de aarde schuurt. "Stof zijt
gij…" Dat doet hem denken aan de Zondeval. Niet de vrouw of
de slang, maar de appel had daarin de hoofdrol. "Drift die de materie
verteert". Zo mijmert hij verder.
Gerrit Timmers, regisseur en vormgever bij het Onafhankelijk Toneel,
heeft een voorstelling gemaakt gebaseerd op het boek Tingeling en Totus
van K. Michel. De dichter baseert zijn personage op andere beroemde
‘meneertjes’ uit de wereldliteratuur: Monsieur
Teste van Paul Valéry, Monsieur Hulot van Jacques Tati, of
Meneer Tienoppen van Harry Mulisch. Eenzame burgermannetjes die niet zo
goed in de wereld passen en deze met stijgende verbazing aanschouwen.
De mooie poëtische tekst in Tingeling bestaat uit een
monologue intérieur, uitgesproken door Timmers zelf, gezeten
achter een tafeltje. De mijmering kent weinig samenhang. Soms vertelt
hij verhalen, over zijn geboortestad, over zijn baan als corrector,
maar meestal slenteren Tingelings gedachtes zomaar wat rond:
"Interessant begint het pas te worden als je kunt verdwalen in je eigen
woning. De ultieme uitdaging: het verdwalen in een kamer terwijl je
stil aan tafel zit."
Maar een denkende man aan een tafel ziet er niet zo interessant uit
voor het publiek. Hoe geef je zoiets vorm? Timmers, die veel met
videobeelden werkt, heeft iets origineels bedacht. Hij gaf Tingeling
een kunststof waterhoofd waarin een televisie is gemonteerd. De
televisie dient als gedachtewolkje. Als Tingeling aan meisjes denkt,
bladert iemand op de tv een boek met filmsterren door. Als een meisje
vraagt: "Waar denk je aan", wordt het boek snel dichtgeslagen en zegt
Tingeling "Aan het atelier van Braque". Op de televisie verschijnt snel
een foto van de schilder.
Achter de schermen heeft Timmers een prachtig decor gebouwd: maquettes
van steden, bossen en savannes. De stad is van papier, het
‘uit de klei getrokken gehucht’ is van klei, en het
bos bestaat uit rechtop in de grond gestoken takjes. Drie acteurs
bedienen de videocamera’s de langs de maquettes glijden. Het
resultaat verschijnt op Tingelings voorhoofd. Eerder maakte Timmers
iets soortgelijks voor Abels Eiland (1996).
Het publiek kijkt de helft van de avond naar Tingeling aan zijn tafel,
en kan de andere helft achter de schermen plaatsnemen om ‘the
making of’ mee te maken. Het is net alsof je in Tingelings
hoofd plaatsneemt, en daarmee ook in het hoofd van Timmers. Je krijgt
een blik in de werkplaats van een decorontwerper, iemand die gedachtes
omzet in maquettes, en die vervolgens uitvergroot. Daarmee is Tingeling
niet zozeer een voorstelling over een meneertje, maar vooral de
autobiografie van een begaafde theatervormgever.
Overzicht Tingeling >>
Stageverslag door Gerrit Timmers >>
|

foto:
Maarten Laupman
|