|
Stageverslag Tingeling Gerrit Timmers
Een
aantal jaren geleden zond de schrijver K. Michel mij een brief met het
verzoek of ik een avond die hij binnen Poëtry International
organiseerde wilde presenteren. De termijn was zo kort dat ik mij niet
kon losmaken uit al eerder aangegane verplichtingen en ik moest hem dus
een nee verkopen. Hij had een boekje ingesloten met prachtige teksten:
´Tingeling en Totus´. Twee vreemde meneertjes, de
eerste een optimist de tweede een somberman. Ik was direct gecharmeerd
van de eerste figuur. Na alle voorstellingen over menselijk leed en
innerlijke zoektochten wilde ik graag weer eens een voorstelling maken
over het wonder dat leven heet. De verbazing waarmee de figuur
Tingeling de wereld ondergaat sprak me aan, de poëtische
manier van kijken en schrijven van de dichter daagde me uit om voor de
tekst een toneelbeeld te verzinnen. Ik schreef hem dus terug dat ik
zijn avond op Poëtry helaas niet kon verzorgen maar dat ik
graag zijn tekst op de planken zou willen zetten. Die toestemming kreeg
ik maar vervolgens was er jaren achtereen geen tijd voor om iets met de
tekst te doen. Tot 1999.
De beslissing Tingeling in dat seizoen op het toneel te zetten viel
samen met de ontmoeting met Michiel van de Burgt. Hij had mij een brief
geschreven met een verzoek om zijn werk eens te bekijken en om te
praten over een mogelijke stage. Als Rotterdammer kende hij ons werk.
De foto’s en tekeningen van zijn decorwerk, voor een deel
bij jeugdtheaterschool Hofplein, getuigden van inzet en
veelzijdigheid. Maar naast zijn werk viel me nog iets anders op:
Michiels oogopslag (zoals dat in ouderwets Nederlands heet). Open en
met een soort verwondering. Ook meende ik in zijn gezicht enige
gelijkenis te bespeuren met de schrijver zelf, K. Michels. Heel vaag
vormden zich in mij een beeld van Michiel als Tingeling. Maar zover
waren we nog niet.
Van de mentoren en leraren van de academie heeft bij mijn weten niemand
de voorstelling gezien dus zal ik u er voor de goede orde eerst iets
over vertellen. Want zonder kennis van de inhoud van het werk dan
Michiel bij ons deed kan de betekenis van zijn stage onmogelijk worden
beoordeeld.
Ik had mij bedacht dat je eigenlijk in het hoofd kijkt van meneer
Tingeling. Je maakt mee wat hij beleeft en je kijkt door zijn ogen naar
de wereld. Een wereld die gewoon onze wereld is maar die hij op een
buitengewoon ongewone manier beleeft, waarin details het belang hebben
van hoofdzaken en waarin ervaringen verhevigd zijn zonder dan er sprake
is van malle sigaretjes of pilletjes. Tingeling kan zich verliezen in
de nerven van het tafelblad. Maar hoe zet je dat op het toneel. Ik
wilde het publiek in het hoofd van Tingeling laten kijken, kortom in
mijn hoofd, in de rol van Tingeling. We maakten een uitvergroting van
mijn hoofd (i.s.m. Sjoerd Didden) die ik kon dragen op mijn eigen hoofd
en waarin zich een t.v. scherm bevond. Dat torste ik gedurende de
voorstelling mee en terwijl ik mijn tekst zei kon het publiek in mijn
hoofd zien door wat voor soort processen en beelden die tekst werd
gegenereerd of tot wat voor soort beelden de teksten aanleiding gaven.
Ik zat met mijn rug naar een wand die onze theaterzaal in
tweeën deelde, met voor mij een klein publiek van 40
toeschouwers. Ik wilde dat de voorstelling de levendigheid zou hebben
van het proces van het denken en verbeelden zelf en dus besloten we om
de beelden ter plekke te maken. Achter de wand bevond zich, in de
andere helft van onze zaal, een t.v. studio met drie
camera’s. Op die manier konden we ter plekke op elkaar
reageren en speelden we dus samen via de media.
Ons voorbereidend werk bestond dus uit het vervaardigen van grote
hoeveelheden filmdecors, bij de verschillende belevingen en
belevenissen van Tingeling, waarin zijn tegenspelers of objecten zich
zouden kunnen verplaatsen. Van real-size tot miniatuur decors. Een
ongelooflijke hoeveelheid werk variërend van
papier-maché - tot houtconstructies en van schilder-, foto-
en camerawerk tot het uitdiepen van teksten. Bij die laatste
dramaturgische bezigheid kwam Michiels theaterervaring bij het Hofplein
goed van pas. Ook zorgde Michiel in die voorbereidende fase voor de
continuïteit terwijl ik vaker dan mij lief was mijn tijd
buiten het atelier en repetitielokaal doorbracht in vergaderingen, bij
andere voorstellingen en aan de computer. Vanaf 4 januari 1999 werkte
hij drie dagen in de week in een kleine bovenruimte op OT. Vaak werkten
we daar allebei maar nog vaker zat hij daar alleen of nam werk mee naar
huis. Ik kon veel aan hem overlaten. Hij toonde veel eigen initiatief
maar nooit op een manier die haaks stond op mijn bedoelingen en je kunt
rustig zeggen dat ik weliswaar de eindverantwoordelijkheid had voor het
decor maar dat het merendeel door Michiel is gemaakt en dat hij een
groot aandeel heeft gehad in het bedenken ervan. Al werkend aan de
decors en aan de camera posities en camera uitsneden leek het niet meer
dan vanzelfsprekend dat Michiel dat camerawerk ook bij de voorstelling
zou gaan doen. Vanaf 15 maart werkten we samen full time aan de
productie. Quirijn Smits, vast technicus bij OT kwam onze gelederen
versterken vanaf half mei. Hij zorgde voor het laswerk en het geluid
bij de voorstelling. Ook zou hij het merendeel van het camerawerk gaan
doen, maar met drie camera’s op de vloer zou hij het zonder
Michiel niet hebben gered. Quirijn Smits belandde met Michiel van de
Burgt al snel als tegenspelers in het hoofd van Tingeling, waarbij
Michiel eigenlijk een soort jongere versie van Tingeling werd waar ik
de Tingeling van middelbare leeftijd voor mijn rekening nam. Hier kwam
Michiels spelervaring heel goed van pas. Hij mist wellicht nog de
diepte en souplesse van een geschoold acteur maar hij kan een mooie
inhoud geven aan een rol en bewaart daarbij zijn eigenheid en rust. Ik
vroeg Rosa Knaup die aan de acteursstudio van OT had deelgenomen in
1998 en die juist de toneelschool in Arnhem had afgesloten om onze
virtuele gelederen te versterken zodat Tingeling niet in een louter
door mannen bevolkte wereld zou leven. We rondden het voorbereidend
werk eind juni af met een voorstelling voor intimi.
Wanneer je in het theater een stage loopt moet je het eindresultaat
kunnen smaken: de voorstelling. Inmiddels was Michiel onmisbaar
geworden voor het stuk en vroeg ik hem, als gesalarieerd acteur en
technicus, aan de tweede ronde mee te doen. In september namen we de
draad van de repetities weer op. We speelden op de Rotterdamse
Uitmarkt, overdag, enkele scènes van Tingeling in de foyer
van de Rotterdamse schouwburg. De stad was vergeven van de
cultuurzoekers en de voorstelling kreeg veel belangstelling. Daarbij
bleek dat publiek, dat Tingeling had zien praten en denken, terug kwam
om de ‘achterkant ‘ te zien, de studio waar de
gedachten in het hoofd werden gemaakt. Zo kwamen we op het idee om aan
beide kanten van de zaal publiek te zetten. Bij Tingeling en in zijn
hoofd. Het publiek in de studio zou uiteindelijk ook figureren in het
hoofd van Tingeling. Omdat het ons saai leek twee keer hetzelfde te
moeten spelen lieten we het publiek halverwege de voorstelling wisselen
van zaal. Zo stonden we uiteindelijk allemaal de hele avond voor het
publiek. Ik als Tindeling die in zijn hoofd laat kijken, de anderen aan
de andere kant van de muur als de gedachten in het hoofd van Tingeling
die een heel eigen leven leiden. De première was op 7
oktober 1999. Het stuk is goed ontvangen door publiek en pers en heeft
15 voorstellingen beleefd in ons eigen pand op de Mullerpier. Gezien de
complexiteit van de voorstelling zal het nooit mogelijk zijn ermee op
tournee te gaan maar wanneer de gelegenheid daar is zullen we
Onafhankelijk Toneel,OT,Rosa Knaup,Quirijn Smits,Michiel van de
Burgt,Gerrit Timmers,Mirjam Koen,Tingeling,Tingeling en
Totus,K.Michel,K. Michel,HKU,Hogeschool voor de Kunsten Utrecht,Maarten
Laupman,Rotterdamde
voorstelling zeker nog eens spelen op een plaats waar ze langdurig kan
staan en met dezelfde rolbezetting.
Ik kan niet anders en zou ook niet anders willen zeggen dan dat deze
samenwerking met Michiel meer is geworden dan een gewone stage. Niet
alleen heeft hij als acteur en cameraman in deze voorstelling zijn
eerste salaris verdiend maar hij heeft ook als beeldend vormgever en
als acteur zijn stempel op de voorstelling gedrukt. Juist de
veelzijdigheid van Michiel maakte dat hij zich in deze voorstelling als
een vis in het water gevoeld moet hebben. Mijn verwachting is eigenlijk
dat we Michiel na een aantal jaren iets heel anders zullen zien doen
dat datgene waar hij nu voor wordt opgeleid: het ontwerpen van decors.
Maar wat hij ook zal gaan doen het zal ongetwijfeld iets met theater
van doen hebben. Regie, acteren, computeranimatie, camerawerk, het is
hem allemaal toevertrouwd en alles wordt gedaan met evenveel liefde en
inventiviteit. Daarbij is hij buitengewoon sociabel en geduldig. Wij
hebben natuurlijk in een zeer ontspannen arbeidsverhouding met elkaar
samengewerkt en het onderwerp was licht en vrolijk. Ik kan na deze
samenwerking niet overzien of Michiel ook in staat zal zijn het hoofd
te bieden aan zware onderwerpen en moeilijke werksituaties. Maar
Michiel heeft een groot gevoel voor de humor en voor de poëzie
van ons bestaan, hetgeen er ongetwijfeld voor zal zorgen dat hij in het
theatervak, met de nodige relativering, het hoofd boven water zal weten
te houden. Zijn motivatie is dezelfde als die van Tingeling:
nieuwsgierigheid en verwondering. Michiel van de Burgt, een theaterman
in hart en nieren en een Tingeling in zijn hoofd.
Gerrit Timmers, artistiek leider Onafhankelijk Toneel
Overzicht
Tingeling >>
Recentie NRC
Handelsblad >>
|




foto's boven: Maarten Laupman

|